ENKELE TESTBESCHRIJVINGEN

• Profielkeuzetest C10
In de Profielkeuzetest C10 (een echte profielkeuzetest !) kan de leerling zelfstandig de eigen interesses in bepaalde beroepensectoren op HBO-niveau of WO-niveau onderzoeken en op deze wijze de keuzevaardigheid vergroten in het zich identificeren met passende opleidingen en/of werkomgevingen. In totaal zijn er 180 keuzemomenten, hieruit resulteert een profiel van 4 profielen en 10 verschillende domeinen. Op basis van vergelijking met leeftijds-genoten van hetzelfde geslacht en hetzelfde opleidingsniveau krijgt elk profiel en domein een genormeerde score (stanines). Naast gedetailleerde informatie over de profielen en vakken in de Tweede Fase bevat de Profiel- keuzetest C10 uitgebreide en actuele informatie over beroepen en opleidingen. De vier profielen en de 10 domeinen zijn in de uitslag gekoppeld aan de zoekmodule van de HBO en WO bachelors.
De C10 BAMA zoekmodule is altijd beschikbaar geeft de hbo- en wo-bachelors weer op de 10 interesse-richtingen:
NG biologisch en medisch
NG/NT milieu en natuur
NTnatuurwetenschappen
NT techniek
EM commercieel-communicatief
EM economisch-organisatorisch
EM sport en openbare orde
CM humanitair, sociaal-educatief
CM literair-cultureel
CM creatief-artistiek

• ABIV C18
De ABIV C18 is een interessetest die gebruikt wordt bij advisering over individuele school-, studie- en beroepskeuzes van leerlingen en dient als startpunt voor een gesprek: Kan de leerling zich in de scores herkennen ? Levert het patroon van hoge en lage scores van voorkeur en afkeer reële alternatieven op ? Worden naar aanleiding van het gesprek over scores nieuwe opleidingen ontdekt ?

• ABIV C16
De interactieve ABIV C16 (sectorkeuze /profielkeuze/opleidingkeuze/kwalifica-tiekeuze) is volledig herzien i.v.m. de vernieuwing van het VMBO. Het gebruik van ABIV 16 is een hulpmiddel voor het maken van een profiel-/sectorkeuze dan wel een keuze voor een MBO vervolgopleiding.
Doordat de test als uitgangspunt 4 sectoren, 10 profielen en 16 opleidings-domeinen en 498 beroepskwalificaties heeft, is de test ook geschikt voor VMBO-2 leerlingen die een sector/ profiel moeten kiezen alsmede voor iedereen die wil nagaan of de sectorkeuze/ profielkeuze wellicht niet juist is geweest.

• ABIV C9
De ABIV C9 is een interessetest voor studie- en beroepskeuze. De vragenlijst meet de sterkte van de interesses voor bepaalde sectoren in de wereld der beroepen, in vergelijking met leeftijds-genoten. Met deze test krijgt men inzicht in de belangstelling en voorkeuren voor de verschillende beroepensectoren op MBO niveau.

• BZO
De BZO-serie beantwoordt vragen als waar liggen jouw interesses, wat zijn je kwaliteiten, wat is je zelfbeeld, welke studie past bij jou, wat wil je worden en geeft hiermee antwoord op de belangrijke indicatoren: Wat wil ik? Wat kan ik? Wie ben ik? en geeft als resultaat antwoord op de vraag welk soort werk of opleiding past bij mij ?.
De BZO is niet alleen een interesse-vragenlijst, maar door de combinatie met competenties en het zelfbeeld (normen, waarden, eigenschappen) ook een persoonlijkheids- en motivatie- onderzoek. BZO heeft daardoor de kenmerken van een volledig loopbaan onderzoek.

• Verkorte BZO
De Verkorte BZO C6 is een differentiele interessetest met 30 items die binnen 10 minuten gemaakt kan worden. VK BZO C6 is gebaseerd op Holland’s hexagonale model van interesse- en persoonstypologie. Elk menstype wordt gekenmerkt door een prototypisch profiel van activiteiten, interesses, voorkeuren en waarden waarmee een persoon in meerdere of mindere mate overeenkomt. Ook omgevingen, zoals studiegebieden en beroepen, kunnen worden gekarakteriseerd in termen van hun gelijkenis met dezelfde zes typen. Parallel aan de interessen van personen appeleren ook omgevingen op typische belangstellingen, voorkeuren en waarden van hun deelnemers en veronderstellen ze typische activiteiten. Elke omgeving heeft in meerdere of mindere mate karakteristieken gemeenschappelijk met deze zes prototypes.
VK BZO C6 houdt reeds bij de test-constructie rekening met de basisassumpties van het model. Een van deze premissen is de aanname dat de in het hexagonale model tegenover elkaar liggende orientaties de grootste psychologische afstand beduiden en derhalve ieder persoon een preferentie voor de ene orientatie heeft en een sterke afkeer voor de andere diametraal tegenoverliggende orientatie heeft. Een preferentie wordt het best door een vergelijking gemeten. In VK BZO C6 worden alle mogelijke gepaarde oriëntaties als item aangeboden.
Nu deze oriëntaties als persoonlijkheidskenmerken geconcipieerd zijn, is er een invloed van de Omgeving in die zin dat bepaalde oriëntaties veelal vaak slechts in een situatiespecifieke context gerealiseerd worden, die de preferentie versterkt respectievelijk met de oriëntatie interfereert.
Om deze invloed te elimineren respectievelijk constant te houden zijn ook de Omgevingen naar deze zes oriëntaties ingedeeld. Hierdoor wordt iedere vergelijking tweemaal aangeboden, eenmaal in een Omgeving die inhoudelijk met de eerste oriëntatie overeenkomt, en een tweede keer in die Omgeving die met de tweede oriëntatie overeenkomt. De intereressevergelijkingen vinden in VK BZO C6 aldus met het oog op de zes mogelijke Omgevingen op een gebalanceerde wijze plaats.
De 30 items met ieder twee alternatieven genereren aldus 60 voorkeurswaarden, waarbij dit comparatief model nog gekenmerkt wordt door een gedwongen keuze uit een viertal responses: een sterke voorkeur voor de eerste orientatie, een zwakke voorkeur voor de eerste orientatie, een sterke voorkeur voor de alternatieve oriëntatie, een zwakke voorkeur voor de alternatieve oriëntatie.

• Verkorte DAT-IQ
De Verkorte DAT-IQ voor het onderwijs (Capaciteiten) bestaat uit de volgende schalen:
- woordenlijst: synoniemenkennis (multiple choice)
- visualisatie: het in gedachten vormen van een geometrische legkaart. Men kiest uit een aantal getekende vormen die vormen waarmee de opgavefiguur (bijvoorbeeld een vierkant) gelegd kan worden.
- kantelen en roteren : aan de hand van de gekantelde en/of gedraaide positie van een voorbeeldfiguur moet men bepalen of de positie van steeds een andere figuur overeenkomt.
- woordmatrijzen: bepaald moet worden of de verhouding van twee andere woordparen analoog is aan de verhouding van een ander nog te vormen woordpaar.

• Vragenlijst Doorstroom VMBO-MBO, Competenties en Persoonlijkheid
De Vragenlijst Doorstroom VMBO-MBO, Competenties en Persoonlijkheid focust op een aantal (generieke) competenties die van essentieel belang zijn:
- Samenwerken
- Plannen en organiseren
- Informatie verwerven en verwerken
- Probleemoplossen
- Communicatie
- Omgaan met veranderingen

• Zelfbeoordelingsvragenlijst VWO Competenties
De Zelfbeoordelingsvragenlijst VWO Competenties is gebaseerd op zes competenties die volgens divers onderzoek van invloed zijn op studiesucces en representeren daarbij de klassieke verschillen tussen HBO- en WO-onderwijs. De 6 competenties die onderscheidend zijn voor de HBO- en WO-gerichtheid zijn:
- Werkattitude
- Plannen
- Concentratievermogen
- Informatie opnemen
- Informatie analyseren
- Innovatievermogen
Leerlingen die hoog scoren op deze competenties zouden met succes een WO-opleiding moeten kunnen afronden. Studenten die laag scoren zouden meer succes hebben op een HBO-opleiding.

• Vragenlijst Klimaat in de klas.
De Vragenlijst Klimaat in de klas is een meetinstrument dat met slechts 35 vragen zaken in kaart brengt als de groepscohesie met als resultante de onderlinge relaties, de groepsdynamiek, fricties en sfeer in de klas, klassenmanagement zoals het goed orde houden en structuur en duidelijkheid bieden en de interactie en communicatie tussen leerlingen en docent.
Naast het in kaart brengen van het klimaat in de klas, biedt de rapportage ook gerichte handvatten voor interventies om het klimaat in de klas te verbeteren. Het instrument is ook zeer geschikt om ‘risicoleerlingen’ in de groep of in de school te signaleren. De Vragenlijst Klimaat in de klas kan binnen het kader van het evalueren van de effectiviteit van eventuele interventies meerdere keren per jaar afgenomen worden.
De Vragenlijst Klimaat in de klas kan op verschillende manieren gebruikt worden: ter beschikking stellen aan individuele docenten, bespreking in docententeams of als onderdeel van POP-gesprekken.
Normtabellen: VMBO regulier, HAVO/VWO, MBO.